Digitale infrastructuur


Stichting Heermoes en Zevenblad werkt met kennis, analyse en uitwisseling. Dat doen we deels via digitale middelen. Websites, digitale archieven, online publicaties en steeds vaker ook toepassingen van kunstmatige intelligentie maken deel uit van onze dagelijkse praktijk. Deze middelen lijken licht en immaterieel, maar rusten op een zware fysieke infrastructuur: datacentra, kabelnetwerken, energiecentrales, koelsystemen en grondstoffenketens. Wie ecologie serieus neemt, kan die infrastructuur niet buiten beschouwing laten, ook niet wanneer digitale middelen worden ingezet in beleid, ontwerp of advies.

Digitale technologie is niet neutraal. Datacentra verbruiken grote hoeveelheden elektriciteit en water en leggen beslag op ruimte. Ze worden vaak gevestigd op plekken waar energie en grond beschikbaar zijn, maar verschuiven daarmee ecologische druk naar specifieke regio's. De snelle ontwikkeling van AI versterkt deze dynamiek: meer rekenkracht vraagt om meer servers, meer koeling en leidt tot een verdere concentratie van digitale macht en materiaalgebruik.

De veelgebruikte framing van digitalisering als efficiënt en duurzaam maskeert deze werkelijkheid. Digitale processen staan niet los van het landschap, maar maken er actief deel van uit. Voor een organisatie die zich bezighoudt met ecologische systemen, bodem, water en lucht, planten en leefomgeving is dat geen abstract vraagstuk, maar een directe ethische en praktische uitdaging. Die uitdaging raakt ook aan de keuzes die anderen maken in de inrichting en het beheer van de leefomgeving.

Ook wij staan niet buiten dit systeem. Heermoes en Zevenblad maakt gebruik van digitale infrastructuur en profiteert van de mogelijkheden die zij biedt. Dat negeren zou niet alleen ongeloofwaardig zijn, maar ook intellectueel onzuiver. Tegelijkertijd betekent het erkennen van die toenemende afhankelijkheid niet dat alles daarmee gelegitimeerd is, noch in onze eigen praktijk, noch in het werk dat we samen met anderen doen.

De kern van de spanning zit niet in het gebruik van digitale middelen op zich, maar in de manier waarop dat gebruik vaak vanzelfsprekend, onbegrensd en ongereflecteerd plaatsvindt. Ecologisch denken vraagt juist om het zichtbaar maken van grenzen, afhankelijkheden en gevolgen, ook wanneer die ongemakkelijk zijn. Binnen Heermoes en Zevenblad kiezen we daarom bewust voor terughoudendheid. We gebruiken digitale technologie waar zij inhoudelijk bijdraagt aan ons werk en vermijden haar waar zij vooral versnelling, schaalvergroting of gemak toevoegt zonder duidelijke noodzaak. Niet alles wat technisch mogelijk is, is ecologisch of inhoudelijk wenselijk. Die afweging maken we expliciet, ook in gesprek met opdrachtgevers en samenwerkingspartners.

Digitale soberheid betekent voor ons: minder automatisering om de automatisering, meer aandacht voor inhoud, context en menselijke afweging. Het betekent ook dat we kritisch blijven op nieuwe toepassingen, waaronder AI, en hun inzet telkens opnieuw wegen tegen ecologische en maatschappelijke kosten. Daarbij nemen we eenvoudige en lowtech oplossingen serieus als volwaardig alternatief, juist omdat zij vaak robuuster, begrijpelijker en duurzamer zijn.

De milieu-impact van datacentra, energiegebruik en digitale infrastructuur beschouwen we niet als externe randvoorwaarden, maar als onderwerpen die thuishoren in het ecologische gesprek zelf. Ze maken deel uit van hetzelfde systeem dat wij onderzoeken en bevragen. Waar mogelijk zoeken we naar duurzame vormen van hosting, transparantie over energiegebruik en samenwerkingen met partijen die deze vragen niet uit de weg gaan. Niet omdat dit alle problemen oplost, maar omdat wegkijken geen optie is.

We pretenderen geen sluitende oplossing te hebben voor de spanning tussen ecologie en digitale technologie. Die spanning is reëel en structureel. Wat we wel nastreven is richting: door onze afhankelijkheden zichtbaar te maken, door keuzes expliciet te maken en door ruimte te laten voor twijfel en herziening, ook in de manier waarop we anderen uitnodigen om die afweging mee te maken.

Ecologische verantwoordelijkheid begint niet bij perfecte consistentie, maar bij het erkennen van verbondenheid, ook met systemen die we kritisch bevragen. In die openheid geven wij vorm aan ons werk, in een wereld waarin digitale infrastructuur en ecologische zorg onlosmakelijk met elkaar verweven zijn.